|
Het PNVD-bestuur deed in 2006 mee aan een uitzending van Pauw en Witteman. We waren als bestuur na afloop deels teleurgesteld over het verloop van de uitzending omdat het vooraf aan ons door de redactie beloofde debat over allerlei standpunten, naast dat over seks vanaf 12 jaar, een leugen was gebleken. En zelfs over dat tegenwoordig beruchte standpunt was een normaal debat amper mogelijk tussen ons en de hierboven genoemde interviewers. Ons standpunt werd zoals gewoonlijk zeer negatief en hetzerig benaderd. Na afloop werden we alle drie apart met een taxi naar huis gebracht. De taxichauffeur die mij thuisbracht had geen moeite met een 12-jaar-grens wat betreft seksuele contacten en hij voegde eraan toe zelf ook wel op 12-jarige meisjes te vallen. Na afloop van een eerdere tv-uitzending (Barend en Van Dorp) overkwam mij precies hetzelfde met een taxichauffeur. Twaalf jaar oké en 'die kunnen heel verleidelijk zijn'. Mijn medebestuurslid Norbert de Jonge overkwam hetzelfde met zíjn taxichauffeur. Bestuurslid Ad van den Berg had het niet over de uitzending gehad op de terugreis. Zulke, zogenaamd amper vertegenwoordigde, meningen kom je onder het tokkievolk - ik doel dus op het niet gestudeerd hebbende deel der natie - toch vrij veelvuldig tegen. Bij de elite is zo'n mening not done en deze uiten kan je je positie kosten. De elite is bang, zelfs voor elkaar. Ook onder de elite, waartoe ik de student ook reken, bestaat deze mening. Waarschijnlijk zelfs procentueel nog hoger dan bij het tokkievolk. Ik ga liever met eerlijke, vrijere mensen om. Kortom, liever een tokkie dan een student. Aangezien het mij aan het woord laten al controversieel schijnt te zijn voeg ik bij deze alvast een disclaimer toe: de mening verwoord in het bovenstaande artikel is die van de auteur. De studenten die in de redactie zitten van deze Almanak hoeven deze dus geenszins te delen. noten 1 Waar zijn de intellectuelen?; Frank Furedi (2006); Oorspronkelijke titel: Where Have All the Intellectuals Gone? (2004) 2 [...] ongeschikt zijn voor de toekomstige beroepsuitoefening kunnen definitief van de instelling respectievelijk de opleiding verwijderd worden (judicium abeundi). [...] door zijn gedragingen tijdens de opleiding of de stage blijk heeft gegeven van ongeschiktheid voor de uitoefening van het beroep dan wel de beroepen waartoe de door hem gevolgde opleiding hem opleidt. Voorbeelden hiervan zijn de volgende: een student geneeskunde die een - al dan niet onder verdoving verkerende - patiënt onzedelijk betast c.q. aanrandt. Een ander voorbeeld betreft een pedofiel die in het kader van de opleiding Pedagogiek direct in contact staat met kinderen en daarmee een vertrouwensband moet opbouwen. Het gaat dus om uitzonderlijke situaties die maken dat het belang van de instelling en maatschappij om de student niet langer toe te laten tot de opleiding zwaarder moeten wegen dan het belang van de student (toelatingsrecht). Uitgangspunt hierbij is dat de academische vrijheid niet wordt aangetast; de mogelijkheid tot verwijdering vanwege de instelling onwelgevallige uitspraken wordt hiermee niet mogelijk gemaakt. - Bron: Ronald Plasterk; Tweede Kamer, vergaderjaar 2007-2008, 31 288 (2007) 9 januari 2009 |